Adaptatieadviseur

Omschrijving

Tijdens de cursus Adaptatieadviseur leer je hoe je adequaat praktische situaties in de beroepspraktijk van een adaptatieadviseur kunt oplossen. Je leert om in samenwerking met de cliënt en de opdrachtgever de juiste hulpmiddelen te adviseren en te omschrijven. Dit gebeurt op grond van:
1. het ziektebeeld van de cliënt
2. de prognose van het ziektebeeld
3. de situatie en de omgeving van de cliënt
4. de wensen en behoeften van de cliënt

Module 1: Medische en vaktechnische basiskennis

In deze module wordt de medische en vaktechnische kennis die voor de adviseur relevant is behandeld.

Veel aandacht wordt besteed aan anatomie en pathologie; naast het algemene deel wordt m.n. veel aandacht aan het bewegingsapparaat (incl. zenuwstelsel) besteed. In de pathologie staan de aandoeningen, die de adviseur het meest in de praktijk zal tegenkomen, centraal. Denk hierbij bijvoorbeeld aan CVA, Multiple Sclerose, ALS, Dwarslaesie en Reuma.

Ergonomie , toegespitst op het gebruik van hulpmiddelen (en met name de rolstoel) en biomechanica vormen het andere hoofdbestanddeel van deze module. Het gaat hierbij om de bepalend factoren bij het zitten, het rijden en het gebruik van hulpmiddelen.

De module wordt afgesloten met een schriftelijke theoretische toets.

Voor mensen die geen vooropleiding op het vlak van paramedische of perimedische beroepen, is het aan te raden om met deze module te starten. Als men een vooropleiding op HBO - niveau heeft op het vlak van Fysiotherapie, Ergotherapie, Verpleegkunde of Bewegingstechnologie heeft genoten kan vrijstelling worden verkregen.

In Module 2 staat de probleemanalyse en het bedenken van de adequate oplossing centraal.

Allereerst wordt aandacht besteed aan de gedegen analyse van de hulpvraag van de cliënt waarbij de mogelijkheden en beperkingen, de wensen en behoeften en de situatie en omgeving in beeld worden gebracht. Inzicht in de indicatie die gesteld is of gesteld moet worden, is de basis van het goede advies.

Aan de hand van deze analyse worden vervolgens de mogelijke adequate oplossingen behandeld. De selectie van het adequate hulpmiddel is een van de kerntaken van de adviseur. Diverse categorieën hulpmiddelen zoals, handbewogen en elektrische rolstoelen, douche- en toilethulpmiddelen, tilliften e.d. komen daarbij aan de orde.

Het praktisch bezig zijn met zitten en positioneren vorm een belangrijk onderdeel van deze module. De diverse theoretisch benaderingen worden in praktische casusbehandeling toegepast.

De module wordt afgesloten het beschrijven en bespreken van casuïstiek uit de eigen praktijk van de deelnemer.  Het is dus van belang dat de deelnemer tijdens de module ook daadwerkelijk met het advieswerk in de praktijk bezig is.

Module 3 : communicatie en omgang

De derde module is gericht op de voor de adaptatieadviseur zo belangrijke competentie van communicatie en omgangsvaardigheid. De communicatietheorie en diverse gedragsmodellen worden behandeld en vertaald naar de praktijk van de adviseur.

Hierbij wordt ook met trainingsacteurs gewerkt waardoor de vaardigheden zoals inleven, overtuigen en beïnvloeden goed kunnen worden geoefend.

Het inventariserende gesprek met de klant, omgaan met bezwaren en klachten, presenteren en instructie geven en de communicatie met opdrachtgevers en consulenten komen in deze module uitgebreid aan de orde.

De module wordt afgesloten met een praktijkgericht assessment, waarbij de communicatie met de klant centraal staat.

De modules kunnen in willekeurige volgorde worden gevolgd. Het is met name voor beginnende adviseurs zonder paramedische achtergrond wel aan te raden te beginnen met module 1.

Elke module wordt afzonderlijk getoetst en leidt tot het behalen van een certificaat.  Na het behalen van de drie certificaten wordt het door de branche erkende diploma “Adaptatieadviseur” uitgereikt.

Doelgroep
De cursus is bedoeld voor diegene die in de praktijk werkt of gaat werken als adaptatieadviseur. Omdat er tijdens de cursus diverse praktijkopdrachten worden gedaan is het wenselijk dat de cursist in de praktijk werkzaam is en ervaring opdoet.
Er zijn geen specifieke toelatingseisen.

Per module worden minimaal 12 en maximaal 20 deelnemers toegelaten.